Miko is het evolutionaire stadium van verlangen — niet onderdrukt, niet onbeheerst, maar getransformeerd. Hij is: zelfbeheersing · lichamelijke waarheid · scherpe instincten · vuur met richting · schaamteloze aanwezigheid.
Miko is de energie van rebirth door intensiteit. Hij confronteert, opent, ontsteekt en ontmaskert alles rond lust en waarheid.
Hij transformeert via: intensiteit · overgave · discipline · zelfliefde · belichaming. Hij zet je terug in het lichaam — waar waarheid woont.
Hij is geen lust — hij is wat er ontstaat wanneer lust eindelijk echt wordt.
Soms denk ik aan mijn vader als ik boos word. Niet omdat ik hetzelfde wil doen als hij, maar omdat ik herken waar dat vuur vandaan komt. Dat maakt me soms bang. Ik wil het niet wegduwen, want ik weet inmiddels wat er gebeurt als je iets zo lang onderdrukt.
Lust is bij mij nooit alleen over seks geweest. Het zit dieper. Ik wil voelen, ervaren, mezelf verliezen en soms ook gewoon nergens meer over nadenken. Daar heb ik me lang voor geschaamd. Nu probeer ik vooral eerlijk te zijn over wat ik eigenlijk zoek.
Ik kan mezelf behoorlijk in de weg zitten. Ik weet soms precies wat ik aan het doen ben en doe het toch. Weer dezelfde rondjes, weer dezelfde verleiding, weer te ver gaan en daarna doen alsof ik niet wist waar het vandaan kwam. Misschien is dat wel het stuk van mezelf waar ik het minst graag naar kijk.
Ik ben vaak boos geweest op hoe mensen leven. Iedereen doet mee, iedereen kijkt, iedereen weet ergens dat er iets niet klopt en toch gaan we door. Ik heb daar zelf ook middenin gezeten. Dus misschien moet ik niet alleen de wereld openbreken. Misschien moet ik soms ook mezelf openbreken.
Ik begin te begrijpen dat ik mijn vuur niet hoef te doven. Ik hoef mijn lust niet kapot te maken en mijn woede niet te verstoppen om een goed mens te zijn. Ik moet alleen leren wanneer ik moet branden en wanneer ik rustig moet blijven. Ik race sneller in rust.
Mijn lust was ooit een leegte. Ik bleef zoeken omdat ik dacht dat er ergens nog iets was wat me compleet zou maken. Nu wil ik niet meer jagen op alles wat ik kan krijgen. Ik wil kunnen kiezen. Misschien is dat voor mij wel het verschil tussen lust en liefde: niet minder voelen, maar eindelijk weten wat ik ermee wil doen.